De Onlanden

De Onlanden

Mijn ogen worden al gauw getrokken naar de twee eendjes in de sloot. Ze duiken voorover het water in. Tegelijkertijd. Huppa, met de kont in de lucht. Zullen ze dat hebben afgesproken? Ik zie het helemaal voor me. ‘Een, twee, drie, nu, duiken.’ Oké, ik heb teveel kinderprogramma’s gekeken vroeger, met pratende dieren.

Ik ga een frisse neus halen, zoals ze dat noemen. Even wat uurtjes de natuur in.

Mijn wandeling door De Onlanden is nog maar net begonnen wanneer ik een aantal fazanten voorbij zie lopen. Fazanten, die zie je niet vaak in het echt volgens mij. Ik tenminste niet. Ja, ik zie wel vaak een fazant, maar die is dood. Oma heeft een fazant op de kast staan, opgezet.

De hoogzit is prachtig. Mooi gemaakt. Ik klim omhoog en neem plaats op de zit. Er heerst een stilte om mij heen. Alhoewel, allerlei beesten maken veel lawaai. Gekakel van ganzen, gefluit en gepiep van vogels, gekwek van eenden. Vooral de ganzen, die kunnen er wat van. Maar je hoort geen mens en geen auto’s.

De koeien die verderop lopen hebben beste horens. Twee vechten. Ik kijk toe hoe de twee koeien hun koppen tegen elkaar aan slaan. Ze proberen elkaar te raken in de nek, in de buik, met hun horens. Ze kunnen elkaar lelijk bezeren met die horens.

Vreemd op zich, want koeien zie je niet vaak vechten. Het zijn rustige dieren en ze maken de rangorde meestal op rustige manier duidelijk. Blijkbaar moet op dit moment de rangorde even opnieuw, duidelijk, worden gemaakt.

Richard had vroeger gesuggereerd dat het stieren waren. Alle koeien met horens waren stieren, dacht hij. Schattig. Mijn stadsjongen.

Zo, mijn neus is weer fris. Het was een mooie wandeling. Ik loop weer terug. Terug naar de duikende eendjes.