Daisy

Van jongs af aan loop ik al tussen de koeien en de kalfjes. Ik ben opgegroeid op een boerderij, mijn vader is boer. Hij heeft zo’n tachtig koeien en het hele jaar door worden er kalfjes geboren. Zo ook vandaag.

Toen ik klein was noemde ik elk bruin geboren kalfje Daisy. Vraag me niet waarom, ik vond dat blijkbaar een leuke naam voor kalfjes. Vroeger heb ik een vijf konijnen gehad en die hadden ook allemaal dezelfde naam. Dat is net zoiets.

Door het keukenraam kijk ik naar buiten. Ik zie een blauwe lucht, witte wolken, bomen, gras, weiland, een koe en een pasgeboren kalf. Heel ander uitzicht dan tegenwoordig in mijn eigen keuken. Dit uitzicht mis ik best wel.

Omdat ik groot ben gebracht met en tussen de kalfjes, zou je denken dat ik  wel gewend ben aan de schattigheid van kalfjes, maar ik blijf verrast door die kleintjes.

Mijn vader vertelt dat het een stiertje is, een mannetje. Het is een schattig kalfje. Hij heeft bruine oortjes, een witte snoet en een witte bles. Zijn lichaam is bruin met wit gevlekt. Lief, klein koetje.

Jammer dat ik de bevalling heb gemist. Hij is pas twee uur oud. Maar het is ook leuk om te zien hoe wankel hij op zijn benen staat, het is nog zo onwennig voor hem. Hij valt en hij staat. Moeder koe duwt hem vooruit.

De lucht is nu weer opgeknapt, maar mijn vader vertelt dat hij zostraks een regenbui op z’n kop heeft gekregen. Ah gossie, pas geboren en al toen drijfnat. Tja, welkom in Nederland.  Maar moeder koe heeft hem weer droog gelikt. Ik zie dat moeder koe hem nog steeds af en toe aan het likken is. Lief.

Mijn moeder vraagt hoe hij gaat heten. ”Daisy,” roep ik.