Leef

‘Leef, alsof het je laatste dag is. Leef, alsof de morgen niet bestaat…’ Ik kijk en lach naar mijn vriendin met wie ik sta te springen en te juichen.

Wat een feest. Met André Hazes (junior) op het festival van De Helden Van Oranje in Stadspark. Superleuk. Linkerarm omhoog, rechterarm omhoog. We springen in het rond. ‘Pak alles wat je kan en ga, ah, ah, ah.’

Dit is goed voor de armspiertjes, dat merk ik. Het geeft me een heerlijk gevoel. Ik voel me zo goed.

André Hazes is eigenlijk best een leuke jongen. Hij maakt er een mooi feestje van. Mijn vriendin en ik zwaaien zo hard als we kunnen, springen zo hoog als we kunnen, schreeuwen zo hard als we kunnen. Het zou toch leuk zijn als hij ons ziet staan. Ach, hij ziet ons toch niet staan, áls hij ons al zou zien. Hij valt op oudere vrouwen.

Het springen, met de armen in de lucht, keihard meeschreeuwen, dat hou ik niet lang vol. Maar wie houdt dat wel drie minuten achter elkaar vol? Het is vermoeiend, mijn armen zijn verzuurd, maar ik ben blij dat ik het kan. Het is zwaar, maar ik ben blij dat het lukt.

Het is ook gewoon echt zo: leef! Alsof het je laatste dag is.

Mijn bijna dood ervaring heeft niet zo zeer mijn blik op de wereld veranderd, maar ik geniet wel meer van het leven. Tenminste, ik probeer meer van het leven te genieten. Ik probeer veel dingen te doen waar ik blij van word.

Het heeft veel tijd gekost, om na mijn longembolieën weer op kracht te komen.

Gelukkig gaat het nu een heel stuk beter. Ik geniet zeker van het leven. Ik leef. En op zo’n moment als deze voel ik dat extra sterk: ik leef.