Onze bruiloft

Wij zijn er klaar voor. Voor onze bruiloft. Vandaag gaan Richard en ik gaan trouwen. Ik heb mijn onderjurk al aan, mijn haar in de plooi, nageltjes op en top en ik trek mijn laarzen aan. Richard en ik lopen de straat uit. Spetter staat in het weiland vlakbij het bos. Terwijl we samen, gespannen naar het weiland toe lopen draag ik mijn ‘boven’ jurk onder mijn arm en heb ik mijn pumps vast in mijn linkerhand. Tijdens het lopen zet Richard het kroontje op mijn hoofd beter vast in mijn haar. Volgens mij is hij zenuwachtig. Ik wel. Ik vind het heel eng. Ik ben zo benieuwd naar hoe het gaat lopen.

Aangekomen bij het weiland staat Spetter al op mij te wachten. De mensen die Spetter vast hebben en haar zo ver mogelijk klaar hebben gemaakt beginnen naar ons te zingen. Erg leuk. Gelukkig, haar manen en haar staart zien er nog prachtig uit. Ze ziet er helemaal prachtig uit. Mijn prachtige pony. Richard loopt weer terug, naar het huis van mijn ouders. Hij moet zelf ook nog van alles en nog wat doen. Hij is overduidelijk zenuwachtig.

Op het moment dat ik Spetter haar hoofdstel om doe komt mijn oude docent van mijn vorige school aan lopen. ‘’Hé Roos, ik vind het zo leuk voor je dat je gaat trouwen!’’ Ik vind het leuk dat hij er bij is. De vrouw naast hem geeft mij een hand en zegt: ‘’hoi, ik ben zijn zus. Ik ga altijd mee met dit soort feestjes, dan lijkt hij niet zo alleen en ik ben gek op feestjes.’’ Ze legt haar wijsvinger op haar mond en maakt een ‘sst’ gebaar. Ik moet lachen. Ik wist niet dat hij alleen was. Ik ben benieuwd wie er nog meer allemaal komen. Ik loop snel terug naar de straat en ik ga stiekem om het hoekje kijken wie er allemaal al zijn. In het lage weiland zitten al heel wat mensen te wachten. Wat leuk, Douwe is er ook bij. Iris zit nog in Australië. Ik kan niet te lang blijven kijken naar wie er allemaal zitten, want dan zien ze mij. Ik loop gauw terug naar Spetter.

Daar zie ik Gordon ineens staan. ‘’Ja, jij hebt mijn bruiloft helemaal gevolgd. Nu volg ik de jouwe,’’ lacht hij. Wat bijzonder. Dit moet Richard weten. Lachen. Oh, shit, ik heb mijn telefoon niet bij mij, die kon niet in mijn jurk. Ik hoop dat Richard inmiddels ook al klaar zit. Het wordt tijd om mijn ‘boven’ jurk aan te trekken. De jurk is erg mooi. Ik moet voorzichtig doen dat het niet vies wordt van het zand. Ik doe mijn pumps aan en ik stap op Spetter. Met kriebels in mijn buik rijd ik op Spetter naar het lage weiland om de hoek. Ik zwaai vrolijk naar de mensen die nog bij het hek staan. Spannend.

In mijn hoofd neem ik nog even vlug de planning door. Zo meteen vraag ik de mensen die daar zitten om achter mij aan te lopen. Ik moet Gordon, mijn docent en de andere mensen bij het hek ook nog wenken om mee te lopen. We lopen dan door de weilanden naar het huis van mijn ouders en daar zie ik Richard. Ik sluit nog eventjes mijn ogen. Donker. Ik doe mijn ogen open. Donker. Het is nog steeds donker. Ik knipper een paar keer met mijn ogen. Het blijft donker. Ik kijk om mij heen. Richard ligt naast mij, de kast en de spiegel, het streepje licht langs de kant van het rolgordijn. Voor de rest is het aardig donker om mij heen. Ik lig in bed. Ik zie op het klokje dat het bijna zeven uur is.

Ah, het was een droom.